En toen was het stil, 14 september 2004

14 september 2004, de dag dat ons leven voor altijd zal veranderen….

Mijn bloeddruk is al een tijdje wat verhoogd. Het is nog niet hoog genoeg voor een opname maar ik wordt goed in de gaten gehouden door de gynaecoloog.

Omdat het toch stabiel blijft mag ik me weer aanmelden bij de verloskundige. Bij 32 weken zwangerschap vindt de verloskundige wat eiwit in mijn urine. Ze twijfelt om me toch weer terug te sturen naar de gynaecoloog.

Een dag later op 14 september in de avond gaat het volledig mis. Ik krijg een zeer grote bloeding. Tegen de tijd dat de verloskundige gearriveerd is, hoort ze bijna geen hartje meer.

Met mij gaat het door het vele bloedverlies ondertussen niet goed. Ik raak in shock en ervaar een soort van stervensproces. Ineens voel ik geen pijn meer, ik voel en weet dat ik het leven los ga laten…..

Sterven voelt verdomd makkelijk en ik geef me over aan de witte wereld.

De opgeroepen ambulance medewerkers leggen diverse infusen aan om het bloedverlies te compenseren. Ik kom weer bij bewustzijn… Met grote spoed word ik naar het ziekenhuis overgebracht. In het ziekenhuis wacht mijn toenmalige man in het vertrouwen dat alles weer goed komt.

Op de spoedeisende hulp wordt door de dokter een echografie gemaakt. De dokter zoekt en zoekt maar vind geen hartje meer. Onze zoon is er niet meer…..

Ik schreeuw op de toppen van mijn longen ‘nee!’. En verlies opnieuw het bewustzijn.

Mijn placenta heeft losgelaten, het is als een kaartenhuis in elkaar gezakt.

Als ik wakker word begint de nachtmerrie pas goed. Ik ben zwak en ziek en blijf maar overgeven.

Het is niet te bevatten als ik mijn dikke buik aanraak…Ik ben nog zwanger maar mijn kindje leeft niet meer. Was ik maar gewoon doodgegaan, waarom moest ik blijven leven?

Nog twee dagen krijg ik de tijd om afscheid te nemen van onze zwangerschap voordat de bevalling begint….Tijdens de bevalling wil ik het kindje niet geboren laten worden. Nu ben ik nog zwanger, straks niet meer. Ik beval zoals alle moeders bevallen, inclusief wee├źn en het persen.

Op 16 september om 9:00 s’avonds word ik voor het eerst moeder. Het is stil, doodstil als ons kindje op mijn borst wordt gelegd. Het is een klein baby’tje en hoeft alleen nog maar zijn ogen te openen en te leven.

LEEF DAN! WAAROM LEEF JE NIET? Schreeuwt een stem in mij…

Je bent compleet, alles erop en eraan. Hij heeft mijn neusje en het haar van zijn papa. Tien teentjes en tien vingertjes….

We waren er zo dichtbij maar nu ook zo ver weg.

Uren kijk ik in het mandje naast mijn bed. Ik probeer mijn zoon te leren kennen en elk beeld in mijn geheugen te prenten. Ik aai zijn handjes en verbaas me erover dat ze zo mooi en klein zijn. Dit is een welkom en een afscheid. Nog even wil ik je vasthouden, nog even net doen alsof je er nog bent……

Samen hebben we onze zoon gewassen, aangekleed en in zijn kistje gelegd.

We nemen hem mee naar huis naar zijn kamertje omringd door alle knuffelberen blijft hij nog even bij ons.

We praten tegen hem en vertellen welke dromen we hadden. Dat we zouden gaan voetballen en spelletjes doen. We praten over een toekomst die er niet mag zijn, voor hem niet maar voor ons ook niet. De dagen thuis gaan veel te snel voorbij. Hoe kun je in een korte tijd moeder worden om daarna je kindje weer te moeten laten gaan.

Nooit zal ik je stem horen of je huiltje, nooit zal je me aankijken met je grote ogen.

Voordat de begrafenis ondernemer komt, om ons op te halen voor de uitvaart, zing ik een slaapliedje en neem definitief afscheid van mijn zoon en van mijn droom.

Ik ben kapot maar kan niet meer huilen. Ik troost de mensen op de uitvaart en kan zelfs nog een praatje houden achter de microfoon. Zal ik ooit weer wat kunnen voelen? Zal ik ooit weer gelukkig kunnen zijn……

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.